Een nieuwe kijk op ouder worden

Josephine Land-Cohen (85), Jelsum

‘Een keer in de veertien dagen komen oudere inwoners van Jelsum en Cornjum bij elkaar. Zes vrouwen hebben ooit het initiatief genomen. Ze hebben gewoon het telefoonboek gepakt en gekeken wie er boven de zeventig Vervolgens hebben ze al die mensen bezocht. Mooi hè? Op één van die bijeenkomsten was In je Uppie uitgenodigd. We bespraken het Spijt.  

Ik ging er met drie andere mensen naar toe. Ik ben vrij open, nou ja – je meest intieme dingen hoef je niet te vertellen – maar Friezen zijn over het algemeen vrij gesloten. Voor we de zaal binnengingen, zei een van de vrouwen: “We laten natuurlijk niet het achterste van onze tong zien.” Een ander zei: “Maar ik ben wel benieuwd.”

Er waren ongeveer veertig aanwezigen. Het gesprek kwam wat stroef op gang. Dat vond ik eerlijk gezegd wat sneu voor de gespreksleidster. Het ging vooral over dingen tussen ouders en kinderen. Dingen die niet goed waren gegaan. Ik dacht: dat ken ik niet, want ik heb mijn vader amper gekend. Meestal praat ik daar niet over, want dan word ik te emotioneel. Maar om het gesprek wat open te breken besloot ik daar toch wat over te vertellen. En de gespreksleidster zei dat emoties er best mochten zijn.

Toen heb ik verteld hoe mijn vader in mei 1940 is weggepakt van ons. Ik was toen zeven. We hebben hem nooit meer gezien. We weten niet eens waar hij overleden is. Mijn moeder moest zich elke week melden met haar drie kinderen. In een grote garage zaten de Duitsers. Die zeiden tegen haar: “We weten wel dat je Jodenkinderen hebt.” Daar is mijn moeder zo zenuwachtig van geworden. Ze raakte overspannen en is in een sanatorium in Nunspeet opgenomen. Wij zijn in een Kinderhuis in Utrecht ondergedoken. Later kreeg moeder werk in een bejaardenhuis in Den Haag en daardoor kon ze ons niet zo vaak bezoeken. Van het gezinsleven is in die jaren weinig terecht gekomen. Enfin, we zijn er wel aardig doorheen gerold. Alleen mijn broer niet. Hij vindt dat onze moeder ons heeft weggegeven.

Toen ik hierover vertelde, reageerden de mensen geschrokken. “Goh wat erg” en “Dat hebben we nooit geweten.” Dat was ook weer niet mijn bedoeling. Toch ben ik blij dat ik het verhaal verteld heb. Zo’n persoonlijk verhaal spreekt meer aan dan een verhaal in een boek. Het komt dichterbij.

Maar ik had mijn vader dus graag veel langer in mijn leven gehad. Ik heb maar een paar herinneringen aan hem. Wel een hele mooie. We zaten een keer thee te drinken en toen zei mijn vader: “Ik heb geen lepeltje.” Mijn tweelingzus, mijn broertje en ik gaven hem tegelijkertijd een lepeltje. Hij legde die lepeltjes op elkaar en roerde de thee met drie lepeltjes. Mooi gebaar hè? Ik denk dat hij het zo leuk vond dat alle drie kinderen even lief voor hem waren, dat hij dat niet wilde verstoren door maar van één kind een lepeltje aan te nemen.

Mijn leven is dus niet leuk begonnen, maar ik ben toch een tevreden mens geworden. Ik ga ervan uit: hoeveel narigheid je ook meemaakt, je kunt het later beter krijgen. Er is altijd een betere toekomst, maar je moet er wel wat voor doen. Niet afwachten.’

Het interview met Josephine Land-Cohen verscheen voor het eerst in het In je Uppie magazine van UP!, dat is gepubliceerd naar aanleiding van de pilot van de themagesprekken in 2018. Het volledige magazine is hier te lezen.

Fotograaf: Marije Kuijper

Blijf UP de hoogte!

Contact

Interesse in een samenwerking?
We staan voor je klaar.

06 17 17 62 82